Pagina 70, 80, 84, 90 Agritoy 1 Februari 2026 vertaling 4


Nummer 1 - Februari 2026

80 Interview Dimitri Atisy
84 Dioramabouw met vorkjesschudder
88 Verbouw Marcel Scholten
90 Oud nieuws

70 BEURSVERSLAG CLAVIER 70 57 meter fraaie diorama’s in Hoog-België


23 november, een wat grijze dag met veel wind en kans op sneeuw. Niet zulke beste vooruitzichten voor een beursje in de Belgische Condroz, te Clavier. Toegegeven, zelfs deze Belg heeft even moeten zoeken waar het juist gelegen was... Enerzijds tegen Hoei, en aan de andere zijde tegen Durbuy, Hoog-België dus. Met de dreigende weersverwachting zijn

we toch maar op pad gegaan, en onze tocht heeft zeker niet ontgoocheld!

Na wat zoeken kwamen we uit op een splinternieuwe zaal met zeer ruime parking, altijd handig. Eens binnen was er een leuke en gezellige drukte. Direct vielen mij enkele exposanten op die ik op voorgaande beurzen nog niet eerder zag. Altijd tof om zo volledig nieuwe zaken te zien.Als eerste stond daar Hercu Legrand Lesage met verschillende 3D-geprinte ontwerpen. Hierbij was een Claas C50 bunker hakselaar en een Deroo kipper met inschuifbare schotten. Heel mooi gedaan! Een voor mij nieuwe naam was Wiliam Atisy, met enkele zeer mooie tegeldiorama’s. Een hiervan bestond uit een John Deere met TIM cabine (van de Franse fabrikant Timmerman), met hierachter een Delmotte getrokken kraantje. Grappig detail is de hond die het wiel even markeert. Of wat te zeggen van de John Deere 4440 met aangepast Brimont kippertje. En dit alles ook nog een prachtig vervuild, top! Naast Wiliam stond er een mooi diorama gewijd aan de bietenoogst. In België, zeker de streek rondom Luik, maken akkerbouwers nog heel veel gebruik van het tweefasensyteem, net zoals het hier was uitgebeeld. Een zeer prachtige Gilles RB 200-s opraper, tot in de kleinste details nagebouwd, en

een John Deere met Gilles rooier vormen hier het team. Een ander diorama toonde dan weer de graanoogst, met een Claas Torion 720 samen met een JD met een naar twee-assig verbouwde Joskin kipper. Niet geheel nieuw voor mij was ‘Lamanufacture 132 Joskin’. Enkel en alleen maar modellen van Joskin, waaronder een deel verbouwd of zelfbouw. Op nog een ander, iets groter dio, was men volop bezig met de maisoogst. In actie een John Deere 6650 hakselaar samenmet een John Deere 7800 met een zelfb ouw silocombinatie. Iets verderop rijdt een John Deere 5125 R met Duchesne kippertje, terwijl op de voorgrond een 4450 met Steeno front-woeler en Rabe rotoreg met Amazone zaaier bezig is. De LMBV (de Belgische miniaturenclub) had hun clubmodel mee, een Tank bietenzaaier. Het laatste diorama dat ik hier bespreek, is een buitenbeentje... eentje zonder ‘echte’ trekkers zoals we ze nu kennen, maar wel enkele paardenkrachten. Een bosbouwdio waarop enkele Brabantse trekpaarden de bomen het bos uit sleuren onder het toeziende oog van enkele toeristen. Heel tof gedaan!

Ondertussen was het buiten een ferm hondenweer geworden, met wind, regen en smeltende sneeuw. Dringend tijd dus om de terugweg aan te vatten. Het was alleszins een geslaagde beurs met ruim 300 bezoekers voor zo’n 117 metertafels (waarvan 57 meter diorama). Op naar de derde editievolgend jaar, die op 22 november 2026 zal zijn.


80 INTERVIEW
THE AMERICAN BARN Dimitri Atisy

Emiel van Loon en Freerk Postmus Jan Groot Jebbink  Met dank aan onze tolk Philippe Odeurs

Hoe kwamen we hier terecht? Als je de vorige Agritoys hebt gelezen, weet je dat de buitenlandreis van de Agritoy-redactie ons afgelopen jaar naar Wallonië (België) en Frankrijk bracht. Op de terugweg vanuit Chartres deden we Dimitri aan. Zoon William schoof ook aan bij de koffie. De overgrootouders van Dimitri hadden een boerderij. Die bestaat al lang niet meer. Alhoewel, het huis van Dimitri is opgebouwd uit stenen van de voormalige boerderij, dus een deel van de familiegeschiedenis leeft nog voort. Net als de verbondenheid met de landbouw. Als kleine jongen ging hij in de jaren80 langs de weg staan kijken naar het transport van suikerbieten naar de nabijgelegen fabriek. Na een landbouwopleiding werkte hij veel in de eendenhouderij, en zo’n 25 jaar op een gemengd boerenbedrijf waar hij nog werkte met een weide-melkwagen. Vanwege zijn gezondheid – zijn knieën begonnen te protesteren – is hij met het boerderijwerk gestopt. In de streek is de afgelopen jaren veel veranderd. Eigenlijk begon dat al zo’n honderd jaar geleden, toen veel mensen uit de regio rondom Meuix emigreerden naar Wisconsin, in de Verenigde Staten. De landbouw schakelde om naar nu veel akkerbouw, met name graan en aardappelen. Veel mensen van buiten de streek namen de plek in van de vertrokken bewoners. Ze spreken het Waals dialect van de plaats niet. En nieuwe mensen beginnen te klagen als er meer dan drie trekkers per dag voorbijkomen, verzucht Dimitri.

Het mooie van de grens oversteken is dat je in een wereld van nieuwe belevenissen en indrukken terecht komt. Met Dimitri Atisy hadden we een dubbelslag te pakken, want zijn huis in La Bruyère, België, had net zo goed in de VS kunnen staan.

Dat Dimitri een band heeft met de landbouw is duidelijk, maar niet iedereen met dezelfde passie stort zich op miniaturen. Hoe zit dat bij Dimitri? Zijn grootouders kochten Siku en Britains modellen voor hem. Hij begon ze al aan te passen toen hij klein was, en daar is hij altijd mee doorgegaan. Inmiddels doet hij dat samen met zijn zoon William, waarbij de hobby zich vooral richt op het verbouwen van modellen en het bouwen van diorama’s. Hiervoor is in huis zelfs een aparte kamer ingericht. In het verleden was Dimitri veel op beurzen te vinden met zijn diorama’s, maar die tijd heeft hij een beetje achter zich gelaten. William is er nog wel voor te porren om naar een beurs te gaan. Voor zijn diorama’s probeert Dimitri met goedkope materialen te werken. Want, zo vertelt hij, de modellen zijn al duur genoeg. In de hobby zie je duidelijk de link met de VS, waar we ons verhaal mee begonnen. In het bijzonder met John Deere, waarvan hij overigens nog een echte John Deere-Lanz710 in de schuur heeft staan. Het is vooral de omvang van de percelen in de VS en de bijbehorende machines wat hem zo aanspreekt. Wat betreft modelbouw heeft Dimitri “nog werk voor vele levens”, zoals hij zelf zegt, “maar ik ga absoluut nog een Amerikaans diorama maken en een boerderij hier uit de regio. ”Ondertussen werkt hij aan meerdere diorama’s tegelijk. Soms blijft er eentje een paar maanden liggen, en werkt hij er dan verder aan als er weer inspiratie is. Hij streeft er voortdurend naar om elk diorama gedetailleerder en verfijnder te maken. Waarbij Dimitri en William onderling tips uitwisselen om ditte bereiken.

1. Dimitri en William Atisy
2. De modellen en diorama’s staan in een kamer die volledig is ingericht als een Amerikaanse ‘barn’ (schuur)
3. De collectie is grotendeels John Deere-groen, maar je vindt er ook modellen van andere merken
4. Een van de diorama’s die Dimitri heeft gebouwd en een mooi voorbeeld van hoe bedreven hij daarin is. De zonnebloemen zijn zelfgemaakt.
5. De passie van Dimitri voor Amerika is niet te missen
6. Een tafereel wat zich zomaar op het Amerikaanse platteland heeft kunnen afspelen. Dimitri deed hiervoor inspiratie op na het zien van verschillende foto’s op Facebook.
7. Het John Deere model op dit diorama maakte Dimitrizelf door de maten van een 1/16 model door twee te delen. Let ook op de jongen linksvoor: in de bolderkar staatzijn speelgoed, een miniatuur van een miniatuur dus.
8. De John Deere 3120 van Schuco kreeg enkele Ertlonderdelen. De messenbalk van UH is in John Deere kleuren gespoten.
9. Britains modellen zijn in de basis goed, maar je moet er zelf wat moois van maken, stelt Dimitri. Zo kreeg de Britains trekker onder andere nieuwe banden. De combine is grotendeels zelfbouw. Het maisland is zeer realistisch nagemaakt, met maisstoppels van tandenstokers vermengd met gehakseld stro. De maisplantenzijn gemaakt van dun papier op ijzerdraad, dat daarna is gespoten. De maispluimen zijn er statisch op gemaakt.
10. De John Deere 4020 met Hiniker cabine op dit tegel-diorama is een aangepast Ertl model. De schijveneg is van M.A.P.
11. Kunstmest strooien met een trekker van Schuco, die is aangepast met onderdelen van Atlas en Ertl
12. Meestal is het John Deere, maar Dimitri maakt nog wel eens een uitstapje naar een ander merk, zoals de Belarus op dit diorama. Wel zie je altijd adembenemende details, zoals hier de kettingzagen en eekhoorns op de voorgrond.
13. In de regio is er veel bietenteelt. Een diorama daarvan kan dus niet ontbreken. Het tweefasensysteem is gemaakt door Pierre Bultot.
14. Tabaksteelt op een diorama in Amerikaanse sfeer
15. Deze 1/16 John Deere 4440 had een kapotte cabine, maar die is gerepareerd door William en vervolgens vakkundig vervuild.
16. Zelfs de stoel is verweerd en er hangt een jas omheen.
17. De basis van deze John Deere 4840 is een model van Schuco waar Dimitri een 2wd uitvoering van maakte. Voorop zit een extra dieseltank. De maiszaaimachine is zelf gemaakt op basis van een Kverneland model van Ros. De zaadtanks zijn LEGO blokjes.
18. Deze tandemtrekker, gemaakt van Ertl modellen, be staat ook in het echt. De cabine komt van een Schuco model. Dimitri gebruikt veel Schuco cabines, want die kunnen open.
19. Ook deze 4430 is een combinatie van een Ertl basis met Schuco cabine. De meststoffentanks voorop zijn zelfgemaakt, net als de maiszaaimachine. De zaaikouters komen van een Accord-Kverneland model.
20. De frontcultivator van deze combinatie werd in LaBruyere geproduceerd. William heeft enkele modellengemaakt. De Lemken combinatie is ook door William gebouwd.
21. Deze zelfrijdende perscombinatie is geen fantasiemodel, maar bestaat echt. De Versatile trekker komt van Ertl en de pers is een omgebouwd MF model waaraan kunststof onderdelen zijn toegevoegd. Achter de machine kan nog een balenverzamelwagen.

Onder de indruk van zoveel moois stapten we in de auto richting Nederland. Ook nu weer dachten we alles al wel een keer gezien te hebben, en toch word je dan weer verrast. Prachtig. Zeker als je ziet hoe bedreven sommigen zijn in de dioramabouw en vooral als je ervaart hoe dit leeft onder onze Franstalige collega-verzamelaars. Alvast een tipje van de sluier: nog zo’n fraai staaltje dioramabouw gaan jullie zien in de volgende Agritoy.

Je kan Dimitri op Facebook volgen via de QR-code of zoek naar ‘Big-Red-Barn Les minis de Dimi Atisy’.


84 DIORAMABOUW

Om gemaaid gras te laten drogen moet je het keren of schudden. Wiking heeft enkele vrij moderne hooi-/grasschudders in het assortiment. Voor historische schudders moet je bij Busch of Artitec zijn. Een vorkjesschudder, voortbewogen door een paard, is van nog vroegere tijden. Van deze vorkjesschudder is een kit gemaakt door Weinert Modellbau.

Wellicht denkt je dat je dit diorama al eens gezien hebt? Dat kan kloppen. Het werd onder andere getoond op de L.C.N.-beurs in Houten. In dit artikel volgt vooral een beschrijving van de bouw. Want hoe begin je aan een diorama, en wat gebruik je? Van dit diorama heb ik diverse foto’s gemaakt tijdens de bouw.

Isolatiemateriaal als basis Het diorama is 25 bij 25 centimeter. Aan de buitenkant gebruikte ik vier houten plankjes van 5 bij 1 centimeter met aan de onderkant een stukje hardboard. Binnenin is met houtlijme en stuk restafval van een pur-isolatieplaat van 5 centimeter dik gelijmd. Een Jackodur-isolatiepaneel is ook bruikbaar. Het handige van pur is dat je daarin met een breekmesje of een groot broodmes een greppel of sloot kunt snijden.

Nadat de bodem van de sloot en ook de naden tussen de houten buitenkant en de isolatieplaat zijn dichtgesmeerd met Extra Allesvuller van Alabastine, kan het drogen (foto 1). Nahet drogen zijn de bovenkant en de zijkanten van het bakje donkerbruin geverfd (Histor Acryllak, Mus 6947).

Schuine lijnen Ooit geleerd van een modelspoorbouwer: werk altijd met schuine lijnen op een bak of diorama. Dat geeft een minder statisch uiterlijk. Deze schuine lijnen heb ik zowel aan de‘ achterkant’ als aan de ‘zijkant’ gebruikt. Vervolgens een stukgras op maat geknipt van een rol (Noch, voorjaarsweide, art.nr. 00260) en vastgelijmd met flexlijm (Anita Decor, AD 100)of houtlijm (Bison Houtlijm, meestal D2 Supersnel) op het bruin geverfde vlak. Over het gras straks meer.

Jurgen Maassen  Bennie van Meurs, Jurgen Maassen (bouwfoto’s) 0met toestemming overgenomen uit HO-Modelauto Berichten nummer 247

Mooie prikkeldraadafrastering Wellicht al gezien op andere diorama’s in Agritoy: ik ben een enorme fan van het prikkeldraad van Woodland Scenics (art.nr.A2980). Het wordt kant-en-klaar geleverd. De totale lengte is een kleine 60 centimeter. Dus meerdere diorama’s zijn hiermee af te rasteren. In de verpakking zitten verder nog hoekpalen, steunpalen en twee poorten. De meeste palen hebben een klein kunststof pennetje van ongeveer 5 millimeter lengte. Daarmee probeer ik ze voorzichtig in de isolatieplaat te steken. Voor de uiteinden aan de zijkant boor ik met een klein handboortje gaatjes voor in de houten plankjes. Vervolgenslijm ik alleen die twee pennetjes vast met secondenlijm.

De slootkant De afrastering staat op de overgang van het grasland met hetruigere gras van de slootkant en de berm. Daarvoor is een stukje van decovlies Savanne gebruikt (Heki, sommer, art.nr. 1592).De slootkanten moet je één voor één insmeren met flexlijm vanAnita Decor (foto 3). Vervolgens het decovlies wat uittrekken en in de lijm drukken. Hier en daar ontstaan wat dunnere plekken. Op die plekken heb ik zo hier en daar een graspolletje van Green Line geplakt (donkergroen GL-003 en lichtgroen GL-001). Deze graspollen worden aan de onderkant bij elkaar gehouden door gedroogde lijm. Die onderkant druk ik voorzichtig in de pot met flexlijm en vervolgens wordt het polletje met een pincet tussen het gras van het decovlies gedrukt. Nadat de vier slootkanten zijn gedaan, is de volgende stapflexlijm smeren op de plek waar de zandweg moet komen. Doe dit met een smalle spatel of een platte kwast. Daarna langs de slootkant voorzichtig met een klein schepje het spoor gestrooid met zand/grind (Anita Decor, AD 2000).Als de bovenlaag na het drogen nog los ligt, besproei ik het met een mengseltje van water met een druppeltje afwasmiddel. Als het vochtig is ga ik met verdunde flexlijm ineen pipetje druppelsgewijs het zand/de grond vastlijmen. Verdunde flexlijm bestaat uit één deel flexlijm en vijf delen water (liefst gedemineraliseerd). Daarna komt in het midden een dunne strook van een grasmat/decovlies. Herhaal deze stappen voor karrenspoor twee.

Achter de heg Bijna dwars op de sloot en het zandpad komt een heg, als afscheiding langs de wei. Hiervoor een lage heg van Anita Decor gebruikt (gekocht tijdens Modelspoorbeurs Houten). Dit iseen heg gemaakt op een ijzerdraadframe. De drie pinnen wor-den in de isolatieplaat geprikt. Achter de heg wordt een flinkuit elkaar getrokken stuk decovlies Wiesengras (Heki, hell-grün, art.nr. 1590) gelijmd op flexlijm (foto 4). Maar pas nadat eerst bepaald is waar de bomen en struiken van Anita Decormoeten komen te staan en die plekken zijn voorgeboord. Ver-geet niet om een ijzerdraad, bijvoorbeeld bloemisterijdraad ofeen speld, in het voorgeboorde gat te steken. Anders zoek je na het lijmen een speldengat in een groot grasveld... Waaromboren vóór het lijmen en plakken van decovlies? Dit draait heel gemakkelijk vast in het boortje. Hoe zou ik dit nou weten...?Ook hier weer her en der wat graspollen van GreenLine geplant. Aan de andere kant van de heg komt nog een smal strookje met ruig gras en wat graspollen.

Op de wei Op de wei heb ik met een kwast een strook van ongeveer de werkbreedte van de vorkjesschudder onregelmatig lijm gesmeerd (foto 6). Tussen duim en wijsvinger heb ik losse gras-vezels hierop gestrooid. Met een droge kwast zijn de grasvezels op de grens van de strook een beetje naar de strook toegeveegd. Vervolgens laten drogen alvorens verder te gaan met een daarnaast liggende strook (foto 7). Omdat een van de bezoekers van de L.C.N.-beurs mijn geschudde gras watte glad, te homogeen vond, heb ik later met druppels of klodders houtlijm alsnog plukken gras aangebracht.

De vorkjesschudder Bij streekmuseum Hagedoorns Plaatse in Epe stond in maart2022 een vorkjesschudder. Weinert Modellbau in Duitsland heeft diverse messing bouwkits in de aanbieding. Zo ook een vorkjesschudder voor achter een paard (Weinert, art.nr. 4438).Dit is het tweede messingbouwkitje waar ik aan begin. Deze tweede is al weer een paar stapjes lastiger dan de maaibalk achter een paard. Diverse (kleine) onderdelen moet je vouwen. Daarvoor heb ik een vouwhulpje aangeschaft: een ‘bending tool’ van JMC-Hobby (art. no. JMC-005). Dan nog gaat het vouwen niet vanzelf, maar het scheelt heel veel ergernis en levert het nodige gemak. Het in elkaar zetten van met na mede as met zes vorkjes was een heel gepriegel.

Paard en boer Tijdens het proefpassen gebruikte ik een paard van Van Pete-gem Scenery, maar dat vond ik te passief. Het staat met het hoofd naar beneden en lijkt geen aanstalten te maken om in beweging te komen (foto 13). Aangezien ik graag de vorkjes-schudder aan het werk wilde laten zien, moest het paard wel een actieve houding hebben. Uiteindelijk heb ik het paard van de bietenkar van Artitec (art.nr. 387.287) gebruikt. Als boerkwam er een flexibel mannetje van Wiking (art.nr. 0160323),vastgelijmd op het zadel. In zijn handen de teugels, deze hebik gemaakt van nylongaren.

Opvliegend gras Hoe laat ik zien dat de vorkjesschudder aan het werk is? Dat was nog even puzzelen, tot ik terugdacht aan de vliegende meeuwen op een van mijn eerste diorama’s. Nylon visdraad, niet te dik, niet te dun en niet te lang, anders buigt het te verdoor. Aan de ene kant een druppel lijm (ik denk alleslijm), vervolgens grasvezels strooien over de druppel. Dan laten drogen. Als het droog is de andere kant van de nylon draad in een gaatje steken in de ondergrond. Wel even letten op de stand van het tegenoverliggende vorkje. En klaar is Kees.

1. Het middelste gedeelte bestaat uit pur-isolatiepaneel. Met een breekmes is een geul uitgesneden. Oneffenheden zijn dichtgesmeerd met Alabastine allesvuller.
2. De net gelijmde grasmat is begrensd met de prikkel-draadafrastering. Op de voorgrond de greppel en dedam. Rechts daarvan zijn al grasmatten gelijmd; links is een van de slootkanten ingesmeerd met flexlijm van Anita Decor.
3. Waar het pad moet komen is flexlijm gesmeerd meteen smalle spatel of een platte kwast. Daarna langs de slootkant het eerste spoor strooien met zand en grinden tot slot in het midden een dunne strook van een grasmat/decovlies aanbrengen.
4. Achter de heg van Anita Decor komen twee bomen. De ondergrond is weer ingesmeerd met flexlijm en bedekt met een flink uitgetrokken stuk decovlies.
5. Grasveld en omgeving zijn klaar, nu nog het gemaaide en geschudde gras aanbrengen
6. Met lijm de werkbreedte van de vorkjesschudder insmeren
7. Vervolgens daar grasvezels overheen strooien en meteen droge kwast de grasvezels naar de lijm toe vegen
8. Het voorbeeld voor de vorkjesschudder stond bij het streekmuseum Hagedoorns Plaatse in Epe(Foto: Jurgen Maassen)
9. Weinert Modellbau levert het messingkitje van de vorkjesschudder als drie rechthoekige platte mes-sing plaatjes. Op de foto zijn het frame en twee van dezes vorkjes uitgesneden en gevouwen.
10. Een van de zes vorkjes in de vouwhulp
11. Ieder vorkje moest een keer gevouwen en een keer gedraaid worden
12. Links het eerste messingkitje dat ik bouwde, de maaibalk aangedreven door een paard. Rechts in de klempincet het frame en de vorkjes, nu nog zonder de twee wielen.
13. Even proefpassen met wielen en trekpaard
14. Bijna het gehele dioramaatje in beeld. Het meet slechts 25 bij 25 centimeter.
15. De boer is dit keer een flexibel kereltje van Wiking. Uiteindelijk maakte het paard van het proefpassenplaats voor dit exemplaar.
16. Het leuke van diorama’s tonen aan het publiek: het levert soms zeer bruikbare tips op. Iemand vond dat mijn geschudde gras te vlak lag. Dit heb ik opgelost door op het bewerkte gedeelte druppels houtlijm te bestrooien met grasvezels.


88 VERBOUW
Marcel Scholten FORD 5000

Soms loop je tegen een modelletje aan waar je niet direct naar op zoek was, maar dat je

misschien toch een keer voor een verbouw-projectje zou kunnen gebruiken. Dit was ook

het geval met een Ford 5000 van Majorette.

Op een beurs was ik een keer in een onderdelendoos aan het rommelen. Het kaartje vermeldde ‘alles voor € 1,- per stuk’. Kan niet veel zijn, dacht ik, maar je weet maar nooit. Helemaal onder in de doos kwam ik een redelijk uitziende Ford5000 van Majorette tegen. Ik had er zelf al wel een, maar als echte Ford liefhebber kon ik voor € 1,- dit modelletje niet laten liggen. Thuisgekomen was de eerste gedachte: wat zal ik er eens van maken? Zal ik het een gewone boerentrekker laten, maar met toevoeging van een paar extra’s zoals een veiligheidsframe of een cabine? Of is het wat om er een trekkertrekmodel voor de

boerenklasse van te maken? Eerst maar eens kijken of in mijnbandenvoorraad een paar geschikte banden te vinden waren, daarna zou ik wel verder zien... Na veel passen en meten viel het resultaat enorm tegen. De banden waren te groot of te klein, of te breed, of veel te breed. Uit frustratie begon ik ook bandjes te passen die ik normaal nooit had gepakt. En warempel, er zat een setje tussen met in ieder geval de juiste hoogte. Ze waren alleen een beetje aan de brede kant en er zat weinig profiel op. Mooi iets voor trekkertrek, was daarom het idee. Echter, hoe langer ik er naar keek, hoe meer ik het toch ook wel geschikt vond voor een wat stoerdere boerentrekker. Uiteindelijk besloten om het bij het laatste te houden.

Verbouwen is een beetje als koken aan de hand van een nieuwrecept. Dus eerst maar eens de ingrediënten bij elkaar gezocht om er iets moois van te kunnen maken. In mijn rommeldoosvond ik nog een Ford 5000 uitlaat van Corgi Toys. Niet meer moeders mooiste, maar nog wel bruikbaar. Ook vond ik een bijpassende rolbeugel en een stuurtje van vergelijkbare schaal. Het luchtfilter en de versnellingspoken heb ik zelf gemaakt.

De achterkant van de Majorette was zeer summier ingericht, met alleen een veel te grote en te dikke trekhaak. Die heb ik vervangen door een zelfgemaakte hefinrichting en een zwaaiende trekhaak. Verder heb ik nog een gereedschapskist en een afscherming voor de aftakas gefabriceerd. Over het wel of niet toevoegen van frontgewichten heb ik lang nagedacht. Uiteindelijk gekozen voor de welbekende Ford ‘broodjes’. Ziet er niet onaardig uit, toch?

Het frontje van het origineel bestaat uit volledig witte kunststof, dus daar moest wat aan gebeuren. Echter, hoe krijg je zulke kleine details netjes in twee kleuren geschilderd zonderandere delen ook te raken? Bij een 5000 is het rooster zelflicht grijsachtig, maar de achtergrond is donker. Ik dacht: dat gaat nooit lukken, zelfs niet met een penseel maat 000. Soms moet je echter voor een oplossing precies tegenovergesteld denken. Ik heb het gehele frontje donker geverfd, en direct daarna met een vochtig watt en staafje de acrylverf weer van de verhoogde roosterdelen geveegd. Zo werd de achtergronddonker en het rooster bleef schoon. Om het af te maken heb ik de koplampen voorzien van heel kleine diamantjes.

De rode letters Ford in het frontje en op de zijkant, dat is ook zo’n verhaal. Met een penseel lopen de letters o, r en d direct vol met verf. Ik heb uiteindelijk een heel smal (2 millimeter)strookje kunststof gepakt en in de verf gedoopt, daarna eerst weer een deel van de verf aan een oude doek afgeveegd, en toen de letters als het ware getamponneerd. Het resultaat is nog niet helemaal 100%, maar van een afstand lijkt het best aardig. Zie de foto’s en oordeel zelf.

Daar waar aan de zijkant normaal de typestickers zitten, staat ‘Ford 5000’ gegoten. Dit heb ik niet veranderd. De bevestiging van de wielen aan de vooras heb ik nog iets aangepast. De wielen zijn nu niet meer verbonden door een doorlopend asje. De rest van de vooras heb ik zo gelaten. Daarna alles in de grondverf gezet, in de juiste kleuren gespoten en voorzichtig opgebouwd. Met een kleinere schaal dan 1:32 is het wel een heel gepriegel om passende onderdelen te maken en alles netjes in elkaar te zetten. Advies van mijn kant: heb je (te) weinig geduld en/of (te) dikke vingers, begin dan niet aan deze schaal! Al met al was dit een niet te ingewikkeld verbouwproject, en is dit Fordje weer een leuke aanvulling op mijn verzameling.

1. De originele Majorette (rechts) en het verbouwde model broederlijk naast elkaar
2. Na de verfbeurt en de aangebrachte ‘broodjes’ ziet het front er een stuk realistischer uit
3. Metamorfose van de achterkant. De hefinrichting kan niet bewegen. Hoeft ook niet, want er komt geen werktuig achter en de miniaturen staan in de vitrine toch altijd met de neus naar voren.
4. De uitlaat, het luchtfilter, de broodjes, versnellingspoken, ander stuur, tankdop, rolbeugel, gereedschapskist en zwaailamp geven het modelletje net wat extra’s5. De achterbanden zijn breed, maar het kan nog net voor een boerentrekker. Het modelletje oogt daarmee wel lekker stoer. De bandjes komen van een oude kipper van Siku. De gereedschapskist is hier ook goed te zien.


90 OUD NIEUWS
Hans Sikkema en Tammo Broekema

Hans heeft een kleine voorliefde voor groen en geel. In de beginperiode van Minitrac, in 2009, bouwde hij op basis van de John Deere-Lanz 500 van REX een mastermodel voor een serie modellen in schaal 1/32. Toen we laatst eens een stuk of wat REX’jes op een rij hadden staan, ontdekten we dat deze – toevallig – allemaal verschillend waren! Tijd dus om eens wat dieper in te gaan op dit bekende plastic promotiemodel van REX.

Een klein stukje historie over deze koddige, maar sierlijk gelijnde trekkertjes. In de jaren vijftig nam John Deere het merk Lanz over. Bestaande Lanzen werden in de overgangsperiode geleverd in John Deere-kleuren (net zoals de Lanz Bulldog 1616 in groen/geel van REX!). In 1960 is een splinternieuwe reeks geïntroduceerd: de 00-serie, met de typen 300 en 500, en later ook de 100, 200 en 700. Het resultaat was een moeizame start, met kinderziektes en interne spanningen. Een kennis vertelde eens het verhaal dat dealers en vertegenwoordigers worstelden om de vele technische problemen op te lossen en klanten tevreden te houden. Het ging zelfs zover dat probleemtrekkers regelrecht naar de schroot gingen en (ongezien) werden ingeruild voor een nieuwe...

Maar aanvankelijk was het nog rozengeur en maneschijn in de Mannheimer Rosengarten, waar met enorme reclame-inspanningen, ter gelegenheid van een dealerbijeenkomst, de 300 en500 voor het eerst aan personeel en publiek werden gepresenteerd. Onderdeel van die campagne was ook een plastic promotiemodel van de JDL 500. Dit werd gemaakt door de firma REX in schaal 1/24. REX was ook verantwoordelijk voor diverse andere plastic promo’s uit dezelfde stal, zoals de Lanz Bulldog D 1616, de Lanz MD 18 S combine (zie Oud Nieuws 3, 2007) en de minder bekende JDL 1010 rupslader.

We waren al op de hoogte van het bestaan van varianten. De zeldzame speelgoedversies in volledig rood en geel zijn daarin het meest opvallend, net als twee verschillende stickerversies: ‘john deere LANZ’ en ‘JOHN DEERE LANZ’. Net zoals bij de echte trekkers werd, in het kader van de uitfasering van de merknaam Lanz, de naam John Deere steeds belangrijker – en dus groter. Ook wisten we van een versie met een vreemde bobbel voor op de motorkap. Geen idee wat het is, maar hij is origineel en onderdeel van de casting.

We stonden dan ook te kijken (aanrader: met loep) toen we nóg meer kleine detailverschillen ontdekten bij vier modellen op een rij: vierkante en rechthoekige luikjes boven op de motorkap, en een versie waarbij details in de casting ontbreken. Zo missen het opstaande randje rondom de handgrepen in de spatborden en, aan de achterkant, de luikjes van de gereedschapsvakjes links en rechts, evenals details onder beide aftakassen. Ontdekkingen die je alleen doet wanneer je ze naast elkaar zet – en met het geluk dat je toevallig meerdere varianten bezit!

Alle vier hadden de ‘john deere LANZ’-stickers, maar met de andere stickervariant zijn dus nog meer combinaties mogelijk. Overigens kun je nog verder gaan, want er bestaan ook drie verschillende voorbandjes (profielen). Wellicht zijn er ook meerdere rode en gele varianten, maar deze zijn zo zeldzaam dat je niet snel vier exemplaren naast elkaar ziet. Hans heeft ooit een rode gehad met een origineel groen stuur, zonder stalen stuurkolom. Verpakkingsvarianten kennen we niet; alleen het prachtige doosje zoals afgebeeld. De varianten die we nu kennen:1 Bobbel, vierkante luikjes, casting-details 2 Vierkante luikjes, casting-details 3 Rechthoekige luikjes, casting-details 4 Rechthoekige luikjes, ontbreken van casting-details

Goed, je moet misschien een beetje gek zijn om tot deze ontdekkingen te komen, en misschien nog wel gekker om alle varianten te willen verzamelen. Maar onze conclusie is dat juist dit soort aspecten het verzamelen interessant en levendig houdt. U duikt nu immers de kast in om te ontdekken welke variant(en) u in de verzameling heeft ... Wij zijn benieuwd!

1. Een versie heeft een ‘bobbel’ waarvan de betekenis onduidelijk is. De vierkantjes c.q. rechthoekjes verschillen van afmeting.
2. De modellen verschillen, de verpakkingen niet: er is alleen het prachtige doosje zoals afgebeeld
3. Naast elkaar gezet zijn (met hulp van een loep) diverse verschillen te benoemen
4. Met en zonder spatbordrandje
5. Zeldzamer: een rode variant met groen stuurwiel
6. Stickerversie JOHN DEERE LANZ in hoofdletters

arrows-right arrow-down arrow-right beursmodellen landbouwminiaturenbeurs clubmodellen magazine facebook