Pagina 30, 38, 42, 46, 51 Agritoy 1 Februari 2026 vertaling 2
Nummer 1 - Februari 2026
30 Interview Emiel van Loon
38 Beursverslag Moira Model Show
42 Beursverslag Saint-Georges-sur-l’Aa
46 Dioramabouw
51 Bij de middenplaat
30 INTERVIEW VAN 48 NAAR 104 PAGINA’S Emiel van Loon / Jan van Zuilen
Als lid van het eerste uur van de L.C.N. herinnert Emiel zich nog dat de Agritoy in het begin niet veel meer was dan een verzameling A3-prints dubbelgevouwen met een nietje erdoor. “De pagina’s binnenin waren nog in zwart/wit. Alleen de omslag was in kleur, en dat drukken in kleur kostte toen nog een godsvermogen. Toen ik het werk voor Agritoy overnam werd het blad al helemaal in full color gedrukt en zag het er een stuk volwassener uit.” Zoals gezegd is Emiel vanaf het begin lid van de club; hij was er al bij tijdens de oprichtingsvergadering in december 1989 in Wageningen. Ergens in de jaren na de eeuwwisseling is hij actief geworden voor de Agritoy. “Ik ben begonnen met wat correctiewerk en al gauw daarna ging ik zelf ook artikelen schrijven. Dat deed ik kennelijk tot tevredenheid van het bestuur, want in 2006 kreeg ik de vraag of ik er wat voor voelde om hoofdredacteur van de Agritoy te worden als opvolger van Frits van Manen, die kort daarvoor was gestopt. Dat is nu dus twintig jaar geleden.” De omvang varieerde in die begintijd tussen de 40 en 48 pagina’s. “Geleidelijk aan is dat uitgebreid tot 104 pagina’s. Dat is nu al een tijdje onze vaste omvang, en dat dan vier keer per jaar. Voor een vereniging als de onze is het best een grote luxe dat we dit kunnen doen”, zegt Emiel. Bij het maken van de Agritoy heeft hij altijd voor ogen gehouden dat het een blad voor en door de leden moet zijn. “Dat hield in dat ik bijdragen van leden altijd plaatste, ook als dat ten koste ging van een artikel van een redactielid. Hooguit is het een keer gebeurd dat ik iets terugstuurde, omdat het met potlood was geschreven en het met de beste wil van de wereld niet te ontcijferen was.”
Emiel van Loon is vorig jaar gestopt als hoofdredacteur van de Agritoy. Twintig jaar lang was hij eindverantwoordelijk voor de samenstelling van ons clubblad.
Een van de redenen waarom de Agritoy onder Emiel dikker werd is de aandacht voor het verbouwen en zelf bouwen van modellen, en in het verlengde daarvan het bouwen van diorama’s. “Dat wil je graag laten zien, en daarom spoorde ik mensen aan om foto’s met een verhaaltje erbij in te sturen voor plaatsing in de Agritoy.” Dat is ooit begonnen toen Emiel op de beurs in Zwolle Pieter Brouwer sprak, een L.C.N.-lid uit Friesland. “Pieter bouwde veel zelf en kon daar heel aardig over vertellen. Hij kwam met het idee om daar een serie van te maken. We spraken af dat hij zou gaan bouwen en ik er een verhaal van zou maken om in de Agritoy te plaatsen. Daar is toen de rubriek ‘Bouw je eigen... model’ uit voortgekomen. Daarin liet Pieter de lezers stapsgewijs zien hoe hij een model bouwde of verbouwde. Zijn eerste model herinner ik me nog. Dat was een Krone ZX40 opraapwagen.” Uit dat initiatief ontstond elk jaar weer een nieuw idee. De reeks is in 2014 afgesloten met een bouwpakket waarmee de lezers van de Agritoy zelf een model van een zelfrijdende mesttankwagen in elkaar konden knutselen. De keuze viel op een model van een Veenhuis VVT 300 Trike. “De leden konden daar via de Agritoy voor inschrijven en kregen in het blad de uitleg hoe je het model moest bouwen. Zo’n tachtig leden deden hier aan mee, ikzelf ook. Die Veenhuis is nu een gewild verzamelobject. Nog steeds vragen mensen of dat bouwpakket nog verkrijgbaar is.”
De aandacht voor zelfbouw heeft er in ieder geval toe geleid dat dit nu een vast onderdeel is geworden van onze hobby, zeker in combinatie met het bouwen van diorama’s. Ook de Agritoy profiteert ervan, want tegenwoordig staan in elk nummer meerdere artikelen over zelfbouw. Emiel kreeg zelf ook de smaak te pakken. Dit heeft meegespeeld bij zijn besluit om te stoppen als hoofdredacteur. “Per kwartaal kostte het maken van de Agritoy me tussen de zestig en tachtig uur werk. En als de deadline naderde, moest ik vaak mijn weekenden vrijroosteren om het af te krijgen. Dat wilde ik niet meer, ook niet omdat ik tijd wil hebben om andere dingen te doen.” Emiel blijft wel als schrijvend lid verbonden aan de redactie van de Agritoy. Een van zijn onderwerpen worden misschien wel zelfbouwprojecten die hij met zijn onlangs aangeschafte3D-printer wil maken. Een eerste prototype is al ver klaar. Wat het wordt, mogen we niet verklappen, maar wat Emiel al wel kwijt wil is dat een 3D-printer geen wondermiddel is. “Het isniet wat je gewend bent met het printen van een A4’tje, dat er met één druk op de knop iets uitkomt. Er komt veel meer bij kijken.”
We zijn inmiddels verhuisd van de woonkamer naar het ‘trekkerhok’ waar Emiel zijn verzameling miniaturen heeft uitgestald. Het zijn er zo’n zevenhonderd en ze staan in vitrines die uit een winkel van de Kijkshop komen. Wat meteen opvalt is dat hij veel modellen van Schlüter trekkers heeft . Dat is iets uit zijn jeugd, zegt Emiel. “Dan praat ik over de jaren zeventig. Bij ons thuis kwam in die tijd een paar keer per week een Schlüter voorbijgereden met een aanhangwagen met boomstammen. Ik vond die Schlüter fantastisch. Hij was veel groter dan de andere trekkers in mijn omgeving. Als jongetje droomde ik ervan om later loonwerker te worden of akkerbouwer, en dan zou ik natuurlijk zelf ook zo’n Schlüter kopen. Volgens onze buurman was een Schlüter de Rolls-Royce onder de trekkers. Sinds ik er miniaturen van spaar valt me ook op hoe mooi zo’n Schlüter is. Alles eraan klopt.” Thuis op het ouderlijk melkveebedrijf hadden ze eerst Fords en later Fendts. Emiel heeft trekker leren rijden op een Fordson Super Dexta. Later kwam daar een Ford 5600 bij, maar toch is Ford niet zijn favoriete merk. Hij heeft meer met Duitse trekkers. Naast Schlüter staan er daarom veel modellen van Deutz en Fendt in de vitrine, maar ook van International en John Deere. Ook heeft hij bijna alle modellen die ooit zijn gemaakt van het al lang verdwenen trekkermerk Güldner, waaronder uiteraard ook het setje clubmodellen van de L.C.N.
Emiel verzamelt sinds zijn veertiende jaar. “Toen kocht ik bij de speelgoedwinkel in ons dorp mijn eerste trekker. Niet meer om mee te spelen, daar was ik te groot voor, maar echt om te hebben. Het was het Britains model van de Renault 145-14. Dat leek ook veel meer op een echte trekker dan die trekkers van LEGO waar ik als kind mee speelde. Bij de speelgoedwinkel hadden ze ook de catalogus van Britains, waar nog veel meer landbouwmodellen in stonden. Vanaf toen wist ik waar ik voor sparen moest. Later kwamen daar ook nog de modellen van Siku bij. Maar die heb ik nooit veel gehad, want ik begon al vrij snel met het verzamelen van mooier gedetailleerde modellen. Een deel van mijn eerste verzameling Britains en Siku is daarom weer verkocht, maar die eerste Renault heb ik gehouden.”
Behalve trekkers verzamelt Emiel ook werktuigen en zelfrijdende landbouwmachines. Vooral van modellen uit zijn jeugd en jonge jaren, zoals de zelfrijdende hakselaar waarmee de loonwerker bij hen thuis de mais kwam oogsten. “Dat was een Hesston Field Queen, ik zie hem nog komen. Een machtig ding dat een ongelooflijke indruk op mij maakte. Echt een iconische machine. Ik heb dat ook met een paar trekkers, en misschien nog wel het meest met de Fendt 615 LSA van onze loonwerker. Die hoorde je in de verte al aankomen. Zoek maar eens op YouTube naar een filmpje van die trekker, dan hoor je zelf wat voor een fantastisch geluid die maakt.”Fords heeft Emiel niet zoveel, maar in ieder geval nog wel modellen van de Fordson Dexta en Super Dexta. Hij heeft ooit nog wel eens pogingen gedaan om de Super Dexta van zijn vader terug te kopen. “Via via en met heel wat omwegen heb ik die trekker ergens in het noorden van het land gevonden. Hij was echter helemaal gerestaureerd en leek amper op meer op de Super Dexta uit mijn herinnering. Omdat de eigenaar er bovendien in mijn ogen veel te veel geld voor vroeg, heb ik hem uit mijn hoofd gezet. Ik houd het maar bij mijn schaalmodel vaneen Super Dexta.”
1. Aan deze tafel in de woonkamer van huize Van Loon maakte Emiel twintig jaar lang de Agritoy
2. Schlüter is de Rolls-Royce onder de trekkers, leerde Emiel van zijn buurman
3. Fordson Super Dexta met Schuitemaker mestverspreider. Met deze combinatie heeft Emiel vroeger op de boerderij van zijn ouders ook heel wat mest uitgereden.
4. De vijfwielige Veenhuis VVT 600 Trike die Emiel hier uit de kast pakt, is een vervolg op het ‘Bouw je eigen... model’ van enkele jaren geleden
5. De Hesston Field Queen 7655 waarmee de loonwerker in de jaren zeventig de mais oogstte maakte een onuitwisbare indruk. Het model is zelfbouw van Ronnie Post.
6. Een Schlüter is niet alleen groot en sterk, maar volgens Emiel ook mooi om te zien. Het model is van weise-toys.
7. Ook van de opvolger van de Field Queen, de Hesston 7730, heeft Emiel een schaalmodel in zijn kast staan. Het is in de jaren negentig gebouwd door Emil Karnok.
8. De Veenhuis mestcontainer heeft Emiel zelf gebouwd
9. Model van een Renault 145-14 van Britains. Dit was Emiels eerste miniatuur.
10. Ongetwijfeld zullen veel Agritoy lezers een model van de International 1455 in huis hebben. Dat is dan echter vrijwel zeker niet dit model dat Wagenhof uitbracht, en dat uit de markt moest worden genomen vanwege problemen met de licentie.
11. De Veenhuis VVT 300 was als bouwpakket verkrijgbaar via de Agritoy.
12. De John Deere 4850 (hier als model van Schuco) is in de ogen van liefhebbers een iconische trekker. De loonwerker die vroeger bij Emiel thuiskwam, had een tijdje een John Deere op proef. Maar hij vond het niks en keerde weer gauw terug naar Fendt.
13. Emiel is nog steeds lyrisch over de Fendt 615. Het model is van weise-toys.
14. De zelfrijdende triplemaaier van Krone is ook een machine die veel indruk op Emiel heeft gemaakt. Het model is van ROS.
15. Dit model van weise-toys van een Deutz D5006 Allrad is uitgebracht door het Duitse blad Schlepperpost in een oplage van 200 stuks
16. Emiel heeft niet veel met Ford en Ferguson, maar is wel gecharmeerd van de grote trekkers zonder voorwielaandrijving van deze merken. Beide modellen zijn van Universal Hobbies.
38 KIJKJE BIJ DE NOORD-IERSE LANDBOUW OP SCHAAL BEURSVERSLAG MOIRA
Ze hier allemaal beschrijven zou wat ver gaan, maar laten we enkele hoogtepunten aanstippen. Als eerste wil ik er graag een diorama uitpikken dat volledig door enkele tieners is gebouwd. Mooi om te zien hoe vindingrijk deze jonge kerels zijn. Waarschijnlijk zijn we ooit allen zo begonnen; heel mooi dat deze jongens ook de kans krijgen op deze beurs eens hun kunnen te tonen. Een dikke duim omhoog!
Een van de diorama’s waar iedereen wel even bij stilstond, was van Linda Vermeulen en Andy Baelen. Dat het thema groenteteelt hier een groot deel van uitmaakt mag ons niet verbazen, want beiden zijn opgeroeid in een groente- en vlasstreek. Een van de blikvangers was de Dewulf vierrijige wortelrooier, gebouwd door Andy. In miniatuur net zo’n indrukwekkende machine als in 1/1. Ook de werktuigen uit vervlogen tijden waren niet vergeten. Op de mooi gebouwde oude hoeve stond zowel een prachtig gebouwde Clayson 1530 alsook een Jagerson graanblazer. De pauw boven op het dak maakte het diorama echt af.
Peter Niblock bewerking: Jan van der ZijdenPeter Niblock en vele anderen
Verder waren enkele mooie tegeldiorama’s te zien, waarvan eentje mooi het rooien van uien toonde. Het mag niet verwonderen dat de AVR Puma zeer aanwezig was. De eerste modellen daarvan waren in de week voor de beurs uitgeleverd en dit leverde soms mooie plaatjes op. Bijvoorbeeld het diorama waarop de Puma samen met het beursmodel van Frasnes stond, de AVR Ceres met GE-Force frees. Ook de tegeldiorama’s van de heer Forestier waren prachtig om zien. Op een van zijn diorama’s zagen we een mooie David Brown 885 met kiepbakje, bestuurd door een zeer waarheidsgetrouwe oude boer. Met de boerin en de stier op de uitkijk! Je zou bijna denken dat het echte mini-mensjes waren...Kortom, er was heel veel moois te zien op deze tweedaagse beurs, die we ondertussen wel als een vaste waarde mogen beschouwen in ons mooie miniaturenwereldje.
1. Twee soorten bemesting op één plaatje
2. Een aanduiding voor de show
3. De promotiestand van de Air Ambulance, het goede doel waar dit jaar de opbrengst aan werd geschonken
4. De opbouw is begonnen. Het kost voor beetje diorama heel wat tijd.
5. Dit is de maquette van het moderne bedrijf van Rachel Jordan
6. Ze heeft foto’s opgehangen om te laten zien hoe het bedrijf er in het echt uitziet. Op de voorgrond de veestal.
7. In deze stal staan Annaghanoon Beef Shorthorns, een vleesveeras
8. Een kijkje in de stal
9. Dit heel gedetailleerde model is de kleine versie van een moderne vleeskuikenstal. Heel apart.
10. Hier een kijkje bij een wat kleinschaliger melkveebedrijf
11. De melk wordt nog in bussen geleverd
12. Typisch voor Ierland (en Groot-Brittannië)
13. De aardappelen, die in kuubskisten zijn gerooid, komen aan bij de opslag
14. Veel verschillende werkzaamheden
15. Aandacht voor het inschuren van de aardappelen
16. Kunstmest strooien met de Vicon pendelstrooier
17. Vaste mest gaat het land op met deze Howard achter een Ford County
18. Dit is nostalgie, een Ferguson dealer. In het echt kunnen de begroeide voorwanden uiteraard niet open, maar zo heb je een kijkje binnen.
19. Naast het bedrijf veel werkzaamheden met en door Ferguson
20. Zie eens hoe gedetailleerd je zelfs een paal voor de hoogspanningskabels kunt maken
21. Veel materieel op een klein perceel
22. Grasoogst met verschillende karren
23. Ook werd er een heuvelachtig terrein nagemaakt
24. Nog meer heuvelachtig gebied, hier is men bezig met de grasoogst. De graanoogst is net voorbij, nu het stronog persen.
25. Het laatste stukje dorsen ging niet best, de combinemoet worden losgetrokken
26. Compost of kippenmest strooien met Nederlandsmaterieel, Vredo
27. Maquette van een groot melkveebedrijf28. Dit is heel creatief gedaan. Je kunt zien dat de hark draait. Dat is gedaan door er een draaischijf onder temonteren, zoals wel gebruikt voor modellen.
29. Sleepslangen en grasoogst
30. Ook hier weer veel werkzaamheden op een klein stukje
31. Een typisch Iers boerderijtje
32. Activiteit rond de mestsilo
33. Werk en vakantie op één plaatje
Voor meer informatie over de show kan je het best de website bezoeken van de Farm & Construction ModelClub, of hun Facebook-pagina.
42 Klein beursje smaakt uitstekend BEURSVERSLAG SAINT-GEORGES-SUR-L’AA
Saint-Georges-sur-l’Aa, een plaatsnaam die een hele mond vol is. Het ligt in de Franse Westhoek, die ooit Nederlandstalig was. Dus kortweg Sint-Joris mag ook. Het is een klein dorpje, te vinden zowat halfweg tussen Calais en Duinkerke. Hier vond op zondag 2 november een klein beursje plaats, georganiseerd door ASAM(L’agriculture sous d’autres mesures) en lokale dioramabouwer Gabriel Denys.
Niet goed wetende wat te verwachten, was ik eenmaal aangekomen toch aangenaam verrast. Hoe je op een kleine oppervlakte zo’n mooi gevarieerde beurs kunt organiseren...chapeau! Dat dit beursje ook gesmaakt werd in de ruime regio, toont het mooie bezoekersaantal van 425 personen aan. In totaal waren 25 exposanten aanwezig, met miniaturen variërend van 1/32 tot 1/87, diorama’s en show. Dé grote blikvanger was voor mij het diorama van Jocelyn Beyaert, volledig in schaal 1/87. Ik blijf mij steeds maar verwonderen hoe fijn gedetailleerd je een 1/87 model kunt maken! Naast het diorama had Jocelyn ook nog een kleine show-tafel met enkele modellen, waaronder een zelfgebouwde Dewulf Kwatro waarvan alles kan bewegen. Op het dio stonden tal van prachtige, zelfgebouwde, modelletjes. Onder andere een mooie New Holland TX34 maaidorser, een Vervaet vijfwieler en twee Ploeger erwtendorsers.
Koen Peirens
Verder waren er heel veel verschillende tegeldiorama’s, het ene al iets groter dan het ander, maar sommige sprongen er toch wat uit door hun ontwerp. Zo was er een diorama met een soort brug in de rotsen, waar zowel boven als onder een mooie Massey Ferguson combinatie reed, prachtig! Frankrijk is ook het land van Renault. Dat bewijst de ruime aanwezigheid van old- en youngtimermodellen op de diorama’s. Zo zag ik een Renault Atles 936 RZ met een Kverneland half-gedragen ploeg, een Ares met Sulky rotorkopeg, een 155.54Turbo met IH kipper, en verschillende 851-4 combinaties. Ver-der stonden er bijna enkel verbouwde of zelfbouw modellen op de vele diorama’s. Eentje die er voor mij persoonlijk mooi uitkwam was de recente La Campagne 81-32 kipper, die op de BKT banden van AT-Collections was gezet. Een niet zo gemakelijk werkje, zo bleek... Ook het kleine diorama dat een beurs-stand van John Deere voorstelde, sprong zeker in het oog. En dat vele mooi materiaal bekijken en bewonderen, maaktedat de innerlijke mens ook wel een verzetje kon gebruiken. Ook hier was aan gedacht, er was een kleine bar voorzien waar ook de kleine hongertjes wat konden worden gestild.
Op de beurs in Chartres zijn onder meer typisch Franse diorama’s te bewonderen.
Tijdens het redactiebezoek afgelopen jaar sprong vooral het diorama van Béarn Farm 1/32 eruit, van de hand van Jeremie De Vita. Levensecht en zeer gedetailleerd.
46 DIORAMABOUW
De Franse verzamelaarsclub A.C.A. houdt elk jaar begin juni een beurs in Chartres. Inmiddels weten ook veel Nederlandse verzamelaars de weg naar deze stad net onder Parijs te vinden, want de beurs biedt een mooie mix van nieuwe modellen, her en der wat zeldzame modellen, maar vooral ook dioramabouw van uitzonderlijke klasse.
Er is dus echt wat te zien in Chartres. Vorig jaar liep ik met een deel van de Agritoy-redactie tussen de vaak typische Franse diorama’s, toen ik eentje letterlijk boven de rest uit zag komen. Het waren graanopslagsilo’s, op het diorama van Béarn Farm 1/32. Bouwer Jeremie De Vita stond erbij. Hij was vanuit het Zuid-Franse Cescau naar Chartres gereist. Béarn verwijst naar de regio aan de voet van de Pyreneeën waar hij vandaan komt. Jeremie werkt als elektricien in de bouw, en rijdt in zijn vrije tijd regelmatig als chauff eur op John Deeres. Daarnaast vindt hij nog tijd om prachtige diorama’s te bouwen. Op de foto’s zie je het diorama dat in Chartres stond, maar hij heeft veel meer gemaakt. Kijk daarom vooral ook op zijn Facebookpagina voor een compleet overzicht. Emiel van Loon Jan Groot Jebbink
1. Het diorama met graansilo’s zoals dat in Chartres tezien was
2. Bouwer Jeremie De Vita
3. Detail van een van de stortbunkers, waarop zelfs vallend graan is nagemaakt
4. Zonnepanelen op het portiersgebouw, met rechts een kat die van de warmte geniet
5. De Agritoy-redactie aan het werk: tweede van links tolk Philippe Odeurs, daarnaast L.C.N.-bestuurslid Freerk Postmus en interviewer Emiel van Loon. De maker van de foto Jan Groot Jebbink ontbreekt uiteraard.
Meer prachtige foto’s zijn te vinden op de Facebookpagina van Béarn Farm 1/32.
51 BIJ DE MIDDENPLAAT
Ik heb de Minneapolis Moline al in 1992 gekocht in België. Een paar vrienden en kennissen hadden een Farmall, Ford of een John Deere, maar ik wilde iets anders. Wij - mijn ouders, broer en ik - verzamelden al oldtimers, en daarbij ging mijn voorkeur uit naar Amerikaanse merken. Dat hield in dat de merken Minneapolis Moline, Oliver en Cockshutt mijn specifieke belangstelling hadden. In de jaren 90 werkte ik bij loonbedrijf Van de Riet in Ambt Delden. Daar heb ik veel tijd versleten op de Massey 1155, in het loonwerk met de zaaicombinatie en met een derde of vierde wagen bij het hakselen. Een geweldige tijd was dat. Verder behaalde ik veel bekers bij trekkertrekwedstrijden. De M-M G1000 is nog steeds een van mijn favorieten en staat momenteel bij mijn broer in het museum in Denemarken. Het model is een 1/16 bouwpakket van Dakotah Toys uit de ja-ren 80. Ik heb het model als pakket in de VS gekocht. De mallen van het gieten waren zo slecht (wat ik achteraf van USA friends hoorde) dat ze gestopt zijn met de productie. Als je de twee helften tegen elkaar hield, zat er wel 5 à 6 millimeterruimte tussen. Voor Gerdjan Bos was dat geen probleem en hij heeft het model voor mij in elkaar gezet. Nogmaals dank daarvoor Gerdjan!
Carel Lansink Bart Lansink 0Bewerkt door: Freerk Postmus
Minneapolis Moline G1000 – 1/1 Eigenaar: Carel Lansink – Winterswijk Bouwjaar: 1966 Productie door: Minneapolis Moline
Motor: Minneapolis Moline watergekoeld Vermogen: 80,9 kW / 110 pk Cilinders: 6 Cilinderinhoud: 8.300 cc, 504 ci Gewicht: 8.330 kg Versnellingen: 10 vooruit / 2 achteruit Prijs: in de tweedehands markt $ 9.000,- tot $ 15.000,-Bijzonderheid: trekker staat in museum in Denemarken
Minneapolis Moline G1000 1/16 Eigenaar: Carel Lansink – Winterswijk Geproduceerd: Dakotah Toys ( jaren 80)Bouwer: Gerdjan Bos Bouwjaar: 2019Gewicht: 3.800 gram Prijs: $ 185,- als bouwkit (eind jaren 90)Bijzonderheid: model is zeldzaam en online nergens te vinden
Deze keer een middenplaat die gemaakt is in Denemarken. Maarde roots van deze trekker liggen in Winterswijk, en oorspronkelijk aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.Op Facebook kwam een foto voorbijvan het model en werd de suggestie geopperd voor de middenplaat.